Alain Clark

Zanger, gitarist, componist, producer en vooral: muzikant in hart en nieren. Alain Clark is niet meer weg te denken uit de Nederlandse muziek. Met zijn vijfde album in aantocht kijkt de zanger terug op een hele rij hitsingles, multiplatina albums, een kast vol awards en optredens op internationale festivals als San Remo, Montreux Jazz en het Reeperbahn Festival, naast prestigieuze Nederlandse podia als die van North Sea Jazz en het Concertgebouw.

Wanneer hij de muziek heeft ontdekt, kan Alain zich niet eens meer herinneren. Het was er altijd al. “Mijn vader zong in een soul coverband en had vaak repetities en optredens, waar ik graag mee naartoe ging. Ik groeide letterlijk rond het podium op.” Maar ook thuis in huize Clark was er altijd muziek; moeder en zussen draaiden ieder hun eigen muziek en er werd volop gezongen. “We hadden thuis een la, voor mij net te hoog om erbij te kunnen, waar mijn vader zijn dure spullen bewaarde: microfoons, en een cassetterecorder. Een keer in de zoveel tijd ging die la open en dan gingen we samen zingen; liedjes van Diana Ross en Sam Cooke, die mijn vader dan opnam.
Enkele jaren geleden hebben we die oude cassettebandjes weer gevonden. Ik was een jaar of drie en zong alles fonetisch, maar je kon al wel horen dat er muziek in zat.”

Op zijn negende kreeg hij zijn eerste gitaarles. Die wakkerde geen Jimi Hendrix-ambities aan, maar leverde wel zijn allereerste zelfgeschreven liedje op. Lachend: “Het ging over een boskabouter.” Na vier jaar klassiek gitaar brak een periode aan waarin hij ‘alleen maar bezig was Michael Jackson te worden’, maar ook kreeg Alain een belangrijk deel van zijn muzikale ontwikkeling in de band van vader Dane, waar hij tijdens optredens verschillende nummers mee zong.

Het echte begin van zijn liedjesschrijven kwam door die universele bron van inspiratie: de liefde. “Ik was 15 en verliefd op een meisje van 18. Als vanzelf pakte ik mijn gitaar en schreef een liedje voor haar. Dat ik dat dus kon, was een belangrijke ontdekking en vanaf toen werd het een manier om mezelf te uiten.”

Via een vriend van zijn zus kwam Alain voor het eerst in een muziekstudio terecht. “”Het gegeven dat je iets inspeelde op een keyboard, dat opnam met een computer en het via een muisklik weer kon afspelen, sprak me meteen aan. Magisch! Vanaf dat moment zat ik er zo vaak mogelijk.” Het viel allemaal in elkaar: liedjes schrijven, spelen en opnametechniek. De laatste stap, het moment dat hij eindelijk wist dat zijn toekomst niet als piloot of basketballer zou zijn maar als muzikant, was toen hij zich inschreef voor talentenjachten. Het kwartje was eindelijk gevallen: “Daar voelde ik wat het met me deed als mensen reageerden op liedjes die ik zelf had gemaakt. Ik besefte dat dit het enige was wat ik wilde doen.”

Een vertegenwoordiger van Sony Music zag hem spelen in de Haarlemse muziekscene, bood hem een contract aan en even leek alles op zijn plek te vallen. Alain maakte nog even zijn middelbare school af en spendeerde vervolgens een half jaar aan het schrijven van nummers. Maar voordat hij aan zijn Nederlandse muziekloopbaan kon beginnen, lag daar een nog veel groter speelterrein voor hem open. De Amerikaanse vriend van zijn zus, zelf muzikant en producer, had Alains demo’s laten horen aan bekenden in de VS. Na positieve reacties uit muziekmekka Los Angeles, aarzelde Alain geen moment. Hij vertrok naar L.A. voor de jacht op een platendeal die uiteindelijk 3,5 jaar zou duren en waarin hij onder meer opnames maakte in de million dollar studio van Eddie Van Halen. “Die Amerikaanse deal is niet gelukt, hoewel mijn quest om ook daar voet aan de grond te krijgen voor mijn gevoel nog steeds niet is afgerond. Hoe dan ook was mijn periode daar het belangrijkste hoofdstuk in mijn muzikale ontwikkeling. Als een spons zoog ik alles in me op. De
contacten die ik heb gelegd, het leren opnemen in geavanceerde studio’s: daar pluk ik nog steeds de vruchten van.”

Ook Sony toonde ondertussen nog interesse en tijdens een van zijn regelmatige trips terug naar Nederland besloot hij ook hier aan muziek te werken. Nederlandstalig, om beide paden niet met elkaar te verwarren. Hij werd voorgesteld aan Fluitsma & Van Tijn en begon op te nemen in hun studio. Het resultaat was Alain Clark, met daarop opvallende singles als Heerlijk, Vrij en Ringtone. Hoewel niet per se een commercieel succes, bracht zijn debuutplaat hem veel, zegt Alain achteraf. “Ik maakte kennis met bekend zijn, gaf interviews, deed optredens. Maar nog belangrijker: mijn naam werd geïntroduceerd in de muziekbusiness. Platenmaatschappijen belden of ik voor hun
artiesten liedjes wilde schrijven, koortjes kon inzingen en/of wilde produceren. Opeens verdiende ik, voor het eerst, geld met muziek maken.”

Al snel ontpopte Alain zich als een meer dan verdienstelijk producer en componist. Hij schreef liedjes voor Idols-kandidaten en produceerde succesvolle albums van Boris Titulaer (nu bekend als Bo Saris) en Jim Bakkum. Door het programma Popstars: The Rivals werd hij benaderd om finalist Men2B te produceren, wat resulteerde in een nummer 1-hit, Bigger Than That, en een succesvol album. Met Ali B werkte hij vervolgens aan diens hitalbum Petje Af. Alain en partner in crime
Christiaan Hof (samen vormden ze producersduo The Result) waren bovendien verantwoordelijk voor de hit Vakkenvuller van Simon, een parodie op F*ck It van Eamon.

Amerika werd even in de ijskast gezet, hoewel niet vergeten. Zijn betaalde muziekklussen boden Alain de mogelijkheid in Amsterdam een eigen studio te huren, en daarmee een grote stap te zetten naar zijn gedroomde toekomst. Hij begon aan wat zijn eerste Engelstalige album Live It Out zou worden. Besloot flink te investeren, bijvoorbeeld door de bekende sessiedrummer Steve Gadd (Steely Dan, George Benson) te benaderen. “Ik kende hem niet persoonlijk, maar hij bleek op veel van de albums waar ik naar luisterde gespeeld te hebben. En bracht daar het geluid dat ik
op mijn album wilde.”

Met een nieuwe platenmaatschappij aan boord werd This Ain’t Gonna Work, een nummer dat nog stamde uit zijn tijd in L.A., de eerste single. Die sloeg aan en met zijn nieuwe band van gelijkgestemde muzikanten ging Alain van optredens in steeds grotere locaties binnen Haarlem via de Amsterdamse Uitmarkt naar het voorprogramma van Amy Winehouse in de Heineken Music Hall. “Dat was de poort naar alles; voor mijn gevoel is het daar losgegaan”, vertelt hij. “Niet zozeer vanwege het optreden zelf, maar op dat podium hoorden we dat de single op nummer 3 in de
Top 40 stond en Alarmschijf was.”

Was This Ain’t Gonna Work volgens zijn eigen woorden nog ‘het gaatje in de dam’, met de volgende single werd die compleet weggevaagd. Father & Friend, een duet met zijn vader Dane, sloeg in als een bom. Het album Live It Out bereikte de tweede plaats in de Album Top 100 en werd driemaal platina; singles Blow Me Away en Fell In Love werden de derde en vierde Alarmschijf op rij. Op speciaal verzoek stond hij bovendien met Diana Ross op het Symphonica In Rosso-podium. Nederland was om, tijd om verder te kijken. In 2009 tekende Alain een internationaal platencontract met Warner Music UK Ltd. Live It Out en Father & Friend werden
uitgebracht in Europa en sloegen vooral in Italië en Zwitserland keihard aan. Colourblind werd de opvolger van Live It Out en verscheen in 2010. Eerste single Love Is Everywhere werd een hit, maar bleef de enige van het album. “Commercieel gezien deed Colourblind het wat minder”, geeft Alain toe. “De kritiek die ik hoorde was dat het meer een muzikantenplaat was. Misschien lag het ook aan de timing, ik weet het niet.” Aan de muzikanten lag het in elk geval niet: naast Steve Gadd wist Alain deze keer ook sessiebassist Pino Palladino en gitarist Dean Parks in de studio
te krijgen. Het album scoorde toch twee keer platina, kwam op nummer 1 binnen in de hitlijsten en werd behalve hier ook weer uitgebracht in Italië en Zwitserland. Alain tourde in beide landen en speelde er tevens in voorprogramma’s van Lenny Kravitz en Bryan Adams.

Op zijn vierde album, Generation Love Revival, besloot Alain zich te laten leiden door grooves en zijn gevoel. Hij maakte de plaat exact zoals hij wilde, zonder te letten op radiohits of specifieke singles. “Elke track vertegenwoordigt een nacht lang jammen met de bassist uit mijn liveband, Pablo Penton, en gitarist Pablo Pinoli. We besloten gewoon maar te spelen; veel teksten ontstonden letterlijk pas voor de microfoon. Een haast spirituele manier van muziek maken.” Het bataljon vermaarde sessiemuzikanten dat hij wist te strikken werd groter: Pino Palladino speelde ten tijde van de opnames in de band van d’Angelo en nam zijn collega’s Chris ‘Daddy’ Dave
en Cleo ‘Pookie’ Sample mee. Het resultaat was qua sound precies waar Alain van had gedroomd, maar bleek ondanks een nummer 5-positie in de albumlijsten commercieel geen hoogvlieger. “Er stonden geen radiosingles op”, zegt hij simpel. “En die heb je nodig om de zenders op te komen. Toch heb ik daar geen moment mee gezeten. Het was exact de plaat die ik toen wilde, nee, móest maken. Als ik nu terugkijk, zou ik het precies weer zo doen.”

Voor zijn volgende, vijfde, album legt hij zich evenwel weer toe op wat hij nog steeds goed kan: hitsingles maken. De eerste twee, Back In My World en Lose Ourselves, bleken opnieuw veel gedraaide radiofavorieten. “Ik maak het album deze keer liedje voor liedje”, legt Alain uit. Inmiddels heeft hij zijn album bij elkaar; dat verschijnt op 7 februari 2014. Hij ziet er nu al naar uit om het live ten gehore te brengen. “Ik wil in 2014 lekker spelen. In het voorjaar een clubtour, van de zomer festivals.” Voor daarna denkt hij al voorzichtig over een theatertour, iets wat hij volgens eigen zeggen eerder niet durfde omdat hij dan ‘wel iets te vertellen moest hebben’. Met een
Zilveren Harp, een Edison en awards van onder meer 3FM en Radio 6 op zijn
schoorsteenmantel én een vijfde album op zijn cv komt dat vast goed.