Wij, Joep en Dorus, hebben mevrouw Jansen-Oud geïnterviewd over haar jeugd in de oorlog. We kwamen er achter dat er veel gelijkenissen zijn tussen de oorlog toen en het Midden-Oosten nu, en hebben geleerd over hoe een kind een oorlog meemaakt.

Kon u de mensen om u heen vertrouwen?

“Meestal wel, maar je moest wel altijd oplettend zijn. Het kon namelijk zomaar zijn dat bijvoorbeeld de slager een NSB’er bleek te zijn. Op straat moest je je inhouden met kritiek, met familie en echt goede vrienden kon je wel gewoon zeggen wat je wilde. Zelfs een lerares op school was een NSB’er… Andere docenten en leerlingen waren bang voor haar. Als je je niet goed gedroeg tegen haar, kon ze veel harder uithalen dan anderen.

Denkt u dat de oorlog banden met familie en vrienden heeft versterkt?

“Ja, want ik heb nu nog vrienden uit die tijd. Je was afhankelijk van vrienden en familie in de juiste posities. Er woonde familie op het platteland, waardoor het voor ons makkelijker was om aan eten te komen. Ik heb de laatste maanden bij deze familie gewoond, waardoor ik weinig last had van de hongersnood die de laatste winter heerste. Jammer genoeg worden ook deze familieleden en vrienden ouder, en zijn er al veel gestorven.”

Wat is de meest schokkende ervaring die u heeft opgedaan in de oorlog?

“Er zijn natuurlijk heel veel ervaringen die een diepe indruk op me hebben achtergelaten. Het is moeilijk te zeggen wat het schokkends is. Toch is er een ding dat ik nog altijd heel helder voor me kan zien. Ik weet nog goed hoe de joden langskwamen, om afgevoerd te worden. Alle joden moesten zich verzamelen, en ik weet nog goed hoe onmenselijk ze behandeld werden door de Duitsers. Maar er zijn zoveel dingen gebeurd in de oorlog en ik denk dat het geheel een grotere indruk heeft achtergelaten dan de afzonderlijke gebeurtenissen.”

De oorlog speelde zich natuurlijk niet alleen af in Nederland. Als er iets gebeurde in het buitenland, hoorde u daar dan van?

Het was streng verboden om radio’s te hebben, of kranten te lezen die niet goedgekeurd waren door de Duitsers. Toch kwam al het nieuws over. Er las een buurman in een illegale krant, of er was een familielid dat een radio had achtergehouden. Het was namelijk zo dat alle radio’s werden ingenomen. Maar toen de Duitsers langskwamen, hadden wij onze radio al verkocht. Toen had de koper dus twee radio’s en als de Duitsers daar langs zouden komen, gaven ze er maar een af. Op die manier bleven er toch radio’s om nara te luisteren. Ik weet niet of mijn ouders geabonneerd waren op een verzetsblad. Maar het nieuws ging erg snel door de buurt heen, van mond tot mond.”

Kon u nog normaal naar school?

“Ja, naar school gaan ging gewoonlijk wel. Het is wel eens gebeurd dat er een alarm afging. Je weet wel, dat alarm dat je maandag altijd hoort. En dan moesten we naar de kelder. We snapten nooit echt wat er gebeurde, maar dan was er blijkbaar een bombardement aan de gang. Het is ook wel eens gebeurd dat we opeens getik en geknal hoorden. We dachten dat de matten uitgeklopt werden, dit mocht op die dag, alleen was het daar nog te vroeg voor. Uiteindelijk bleek dat er eigenlijk geschoten werd buiten, maar dat had ik destijds helemaal niet door.”

Hoe zag een dag eruit in de oorlog, als u dit vergelijkt met een dag uit deze tijd?

“In de oorlog was alles gericht op overleven. Natuurlijk was er elke dag wel wat leuks, maar we waren het grootste deel van de dag bezig met het vinden van eten. Er was geen of weinig zekerheid. In deze tijd word er een uurtje voor etenstijd bedacht wat er die dag gegeten gaat worden. Dat is een groot verschil. Door op te groeien in de oorlog heb ik ook bewuster geleefd.”

Dit klinkt allemaal best vergelijkbaar met wat je leest over vluchtelingen en het Midden-Oosten momenteel. Keken andere landen ook op deze manier naar ons toen wij vluchtten?

“Volgens mij was het vluchten in de oorlog een stuk minder en ik heb er zelf ook niet zoveel van meegekregen. Vluchtelingen werden in het buitenland gewoon goed ontvangen en eventueel zelfs opgenomen in gezinnen, maar ik heb me daar eigenlijk niet echt mee beziggehouden. Ik denk in ieder geval dat we vluchtelingen toe moeten laten, omdat het leven daar gewoon niet te doen is.”

Interview door Dorus en Joep

Dit interview is het resultaat van het Levende getuigenissen-project van Bevrijdingspop. Op maandag 4 april 2016 ontmoetten leerlingen van het Rudolf Steiner College uit Haarlem mensen voor wie vrijheid niet vanzelfsprekend is. Omdat zij de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Omdat zij namens Nederland als veteraan hebben gestreden. Of omdat zij hier naartoe gevlucht zijn. Deze bijzondere ontmoetingen zijn door de leerlingen uitgewerkt tot interviews.

Fotografie boven het artikel: EGD Fotografie