Wij spraken met Mieke Mulder. Ze is geboren in 1947, de tijd van opbouw na een periode van ellende, armoede, honger en angst, maar de oorlog was voorbij. Zij kwam uit een gezin dat bestond uit een Joodse moeder en een niet-Joodse vader. Miekes gezin was geen normaal gezin, zo merkte ze. Ze had geen opa en oma. Haar moeder wilde hier eigenlijk niks over loslaten, maar later werd voor Mieke een hoop duidelijk. Ze wilde weten wat er gebeurd was, dus ging ze vragen stellen en zelf op onderzoek uit. Het hele verhaal van de moeder van Mieke is op tafel gekomen, op het moment dat haar moeder de zogeheten WUF-uitkering, een uitkering voor slachtoffers van de 2e wereldoorlog, ging aanvragen. Bij het aanvragen van deze uitkering moest de moeder van Mieke dan toch echt haar verhaal vertellen, wat ze al die jaren niet kon doen, omdat ze simpelweg, zo vertelde Mieke aan ons, blokkeerde op het moment dat Mieke iets over de oorlog vroeg.

‘Vuile Jodin’

In ons gesprek vertelde Deborah, de dochter van Mieke Mulder, ook over de wijze waarop haar moeder erachter is gekomen dat ze Joods was. Ze vertelde dat toen haar moeder op school zat, ze werd uitgekafferd voor ‘vuile Jodin’. Zo kwam Mieke erachter dat ze Joods was. Mieke is zich toen gaan verdiepen in wat er allemaal in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd met haar familie die waren overgeleverd aan de Duitsers.

Periode van pure ellende

Het jaar 1940 brak aan, Polen werd binnengevallen en Duitsland verklaarde ons land de oorlog. Nederland werd onderworpen aan de onderdrukking van het Duitse regime. Voor alle Joodse mensen in West-Europa zou een periode van pure ellende volgen. Adolf Hitler had een genocide van het gehele Joodse volk in gedachten. Maar het bleef niet bij gedachten alleen.

In Haarlem woonden veel Joden

Mevrouw Mulders vader en moeder woonden in deze tijd in Haarlem, net als haar opa en oma, een Joods stel. In Haarlem woonden in deze tijd veel Joden. In het begin veranderde er niet veel, maar dit zou snel veranderen. Het begon ermee dat Joden niet meer als ambtenaar te mochten werken. Dit werd verder uitgebreid. Iedereen met een openbare functie moest de zogenaamde ariërverklaring afleggen. Hierin stond dat geen Joodse voorouders hadden. Het ging van kwaad tot erger. Joden mochten niet langer openbare plekken bezoeken en moesten zichtbaar een ‘Jodenster’ gaan dragen. Deed je dit niet, liep je het gevaar opgepakt te worden en te worden gedeporteerd. Zo vond een vriendin van de moeder van Mieke de ster niet mooi en droeg hem daarom onopvallend. Hiervoor werd zij opgepakt.

Het bevel om uit Haarlem te vertrekken in opdracht van burgemeester Plekker

Op een gegeven moment begin 1943 werden Joden in Haarlem bevolen om van de ene op de andere dag hun spullen te pakken en naar een aangewezen huis in een Jodenbuurt in Amsterdam te verhuizen. Zo ook de ouders van Mieke. In deze wijken waren inmiddels alweer huizen vrijgekomen, omdat de vorige bewoners op transport waren gesteld.

Niet vrij, maar vogelvrij

De moeder van Mieke was net snel getrouwd met de niet-Joodse vader van Mieke, wat uiteindelijk haar redding is geweest, zo vertelde mevrouw Mulder. Ook moest haar moeder kinderen krijgen, voordat ze door de Duitsers gesteriliseerd zou worden. Zo werden de broers van Mieke geboren. ‘’Joden waren niet vrij, maar vogelvrij’’, zo vertelde mevrouw Mulder aan ons.

De oorlog ging voort en het moment kwam dat ook Miekes opa en oma gedeporteerd zouden worden. Ze werden opgeroepen zich te melden om naar Duitsland te gaan en daar te gaan werken. ‘’Je gaat je toch niet laten wegvoeren’’, zeiden de mensen, waarop de opa van Mieke antwoorde: ‘’Van werken is nog nooit iemand doodgegaan’’, totaal niet wetende wat hem te wachten stond. In ons gesprek vroegen we aan mevrouw Mulder, waarom haar grootouders niet waren ondergedoken. Ze antwoordde hierop dat haar vader wel een plek had voor haar opa, maar dat hij zijn gezin niet in de steek wilde laten.

Uit de trein gegooide brieven

Op 25 augustus werden haar opa en oma naar kamp Westerbork gevoerd, waarvandaan ze werden doorgevoerd naar Auschwitz. Tijdens ons gesprek liet mevrouw Mulder brieven zien die haar opa uit de trein had gegooid. Onze mond viel hier letterlijk en figuurlijk van open. Wat er daarna gebeurde met de opa en oma van Mieke hoeft niet genoteerd te worden.

‘Er bestaat geen God’

Na de oorlog mochten de vader en moeder van Mieke wel weer terugverhuizen naar Haarlem, waar hen opnieuw een huis werd toegewezen. De vrijheid werd gevierd, maar op 4 mei was de moeder van Mieke niet aanspreekbaar. In de oorlog was ze niet alleen van haar vrijheid, maar ook van haar ouders en de rest van haar familie beroofd. Mevrouw Mulder vertelde ons ook, dat haar moeder na de oorlog niet meer geloofde. ‘’Er bestaat geen God, want er is geen God die zoveel mensen doet omkomen’’, zo had haar moeder aan Mieke verteld. Ook vertelde ze dat haar moeder haar bijna geen liefde meer kon geven, door alle verliezen die ze had geleden. In de laatste jaren ging Miekes moeder naar een Joods bejaardenhuis, waar bijna alleen maar mensen rondliepen met soortgelijke verhalen.

Joods monument

Naar aanleiding van dit gruwelijke verhaal heeft  Mieke Mulder met een – tal mensen Joods Haarlem opgericht – om samen een monument te realiseren in Haarlem. De gemeente Haarlem is hiermee akkoord gegaan en in 2012 is het Joods monument onthuld op de plaats waar vroeger de synagoge stond in Haarlem. Hierop zijn alle Haarlemse Joden vermeld die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Elk jaar op 4 mei vindt daar de herdenking plaats van Mieke en haar familie.

Wij willen Mieke en haar dochter ontzettend bedanken voor dit prachtige verhaal en alle brieven en foto’s die wij hebben mogen bekijken.

Mats Jager en Sjoerd Bootsma