Toen de heer Elfrink in 1944 21 jaar oud was, werd hij, terwijl hij vanaf zijn zus naar huis fietste, bij een razzia opgepakt door de Duitsers. De Duitsers namen iedereen tussen de 18 en 48 mee, ongeacht wat ze gedaan hadden. Dit is een enorm ingrijpende gebeurtenis geweest in het leven van de heer Elfrink en daarom hebben wij besloten dit verhaal op te schrijven, opdat het nooit vergeten zal worden. We hebben geprobeerd het verhaal zo dicht mogelijk bij de waarheid op te schrijven.

De arrestatie van de heer Elfrink

De heer Elfrink werkte tijdens de oorlog in de binnenvaart. In de winter van 1944 lag hij met zijn schip in Hoorn, waar het schip vastvroor, maar hij moest nog distributiebonnen halen bij zijn drie jaar oudere zus, die in Hillegom woonde. Hij ging daar heen op de fiets en heeft daar overnacht. De volgende ochtend ging hij weer op de fiets terug. Maar toen hij bij Heemstede kwam, zag hij vier Duitsers die “halt halt halt!” riepen ”Ausweis!” (persoonsbewijs). Er werd daar een razzia gehouden door de Duitsers. “Nou ja, als het twee moffen waren geweest had ik ze nog wel aan gekund, maar vier ging niet.”

Op transport naar Duitsland

Elfrink werd daar met andere mensen die opgepakt en uit huizen gehaald waren in een garage gedreven. In de middag kwam er een grote auto waarin de fietsen en iedereen werd ingeladen om naar de Rijkstraatweg gebracht te worden, de kazerne. Daar werden ze in een garage gedreven en die avond werden de 2.600 man bij elkaar gedreven en naar het station gebracht. De Duitsers waren gewapend en je werd ter plaatse in je rug geschoten als je niet gehoorzaamde. ”Dat deden ze gewoon.”  Ze werden vanaf het station naar Amsterdam vervoerd, waar ze tijdelijk onder het Centraal Station hebben gezeten. De volgende ochtend werden ze naar een kade in Amsterdam vervoerd. Daar hebben ze vervolgens een dag of zes gezeten voordat ze in de avond op transport werden gezet naar Duitsland. Op de trein zat voor en achter een post. Als er iemand uit de trein sprong, hoorde je schoten van de voor- en achterpost vandaan komen. “Maar ja, ik zeg: ik ga niet mee naar Duitsland. Ik word nog liever doodgeschoten”.

Uit handen van de Duitsers

Bij Voorthuizen is Elfrink toen bij heldere, volle maan uit de trein gesprongen, terwijl de trein met 60 km/h over de rails reed. De voorste post had wel op hem geschoten, alleen de achterste post niet. Dat is ook de reden dat hij dit overleefd heeft. Hij was vanuit de trein in een greppel beland, waarna hij de nacht had doorgebracht in een schuurtje van een huis, waarvan de voorgevel weggeblazen was. In de ochtend kwam er een boer langs aan wie hij vertelde wat er gebeurd was. Waarop de boer zei: “Kom maar mee, ga maar naar die boerderij”. De heer Elfrink zei toen: “Ja, ik was toen op zoek naar een koeienstal, waar de warmte was.” Bij die boerderij mocht hij naar binnen van de boer en werd hij naast een groot fornuis gezet om op te warmen. Daarvandaan is hij gaan lopen naar Harderwijk en vanaf Harderwijk wilde hij gaan lopen over het ijs naar Hoorn toe. Maar twee schippers daar zeiden tegen hem: “hang jezelf dan maar op, dan ben je van een hoop ellende af, want op het ijs wordt ook op je geschoten.” Hij is toen in plaats van over het ijs, in drie dagen er omheen gelopen. De rest van de oorlog de de heer Elfrink uit handen van de Duitsers gebleven.