Op 5 mei 2020 vieren we dat ons land 75 jaar geleden is bevrijd. Via de Facebook-pagina Je bent Haarlemmer als… deelt Mirjam Vrees tot die tijd verhalen uit de oorlogsdagboeken van haar moeder – koerierster voor het verzet Antoinette ‘Nettie’ Offers.

Gestart na de vlucht van Rudolf Hess

Op losse vellen papier, maar ook in dikke schriften verzamelt Nettie Offers vanaf oktober 1941 nieuws en andere zaken, zoals voedselbonnen en door de RAF gedropte pakjes sigaretten in een oranje hoesje. Ze start met het bijhouden van haar dagboeken na de vlucht van nazi-kopstuk Rudolf Hess naar Groot-Brittannië. Zij is dan 18 jaar oud. Nettie woont in die tijd in de Vosmaerstraat in de Amsterdamse buurt, te midden van NSB’ers, verzetsmensen en onderduikers.

Lokettiste bij de Nederlandse Spoorwegen

Nettie Offers werkt in de oorlogsjaren onder andere als lokettiste en als administratief medewerkster bij de Nederlandse Spoorwegen. In die laatste functie is zij werkzaam in het Jugendstill-kantoor op het perron van station Haarlem. Vanwege haar werk mag ze zich ook tijdens de spertijd op straat begeven en beschikt ze over een vrijstelling voor het bezit van een fiets. Voor haar latere koerierswerk voor het verzet is dit natuurlijk reuze handig.

‘Cedo Nulli’

Op de voorzijde van het eerste dagboek van Nettie Offers prijkt trots de tekst: ‘Cedo Nulli’, wat zoveel betekent als: Ik wijk voor niemand. In de dagboeken treft dochter Mirjam Vrees een schat aan informatie aan over het Haarlem in de Tweede Wereldoorlog. Zo beschrijft haar moeder dat mensen in de hongerwinter de verwarming maar een half uur kunnen stoken. Creatieve Haarlemmers gebruiken raapolie en slaolie om het toch warm te krijgen in huis.

Honden verplicht afgestaan

Op de Facebook-pagina Je bent Haarlemmer als… deelt Mirjam Vrees met grote regelmaat een observatie van haar moeder of een verhaal dat zij als jongvolwassene meemaakte tussen 1941 en de bevrijding in 1945. Zo ontvangen Haarlemse hondenbezitters in de tijd een oproep om hun huisdier bij de bezetter af te geven. Deze honden worden, hoe gruwelijk, in mijnenvelden vooruitgestuurd, om zo een weg te banen voor de Duitse soldaten.

Per boot naar Leiden

In de dagboeken leest Mirjam Vrees in het keurige handschrift van haar moeder ook over de dag dat die erachter komt dat haar werkplek op station Haarlem is afgesloten. Dit als gevolg van de spoorwegstaking rondom operatie Market Garden – de Slag om Arnhem. Enige tijd later is er zelfs helemaal geen transport meer mogelijk in en rond Haarlem. De enige mogelijkheid om de stad te verlaten is lopend of per boot – in die tijd doe je er vier uur over om vanaf het Spaarne naar Leiden te varen.

Haarlem heeft straf

Als de oorlog vordert, wordt de stemming in Haarlem alsmaar grimmiger. In februari 1943 kopt een verzetskrant: ‘Voor de tweede maal binnen een zeer korte tijd heeft Haarlem straf’. Na het neerschieten van een Duitser door het verzet, worden er als represaille tien mensen gefusilleerd en verschillende anderen naar concentratiekampen gestuurd. Bovendien worden er wachtdiensten ingesteld.

NSB-burgemeester uit zijn ambt gezet

Ook de vader van Mirjam Vrees beschrijft de oorlog in zijn agenda, zij het niet zo uitgebreid als zijn latere vrouw. Een van de laatste aantekeningen in zijn agenda dateert van zondag 6 mei 1945:

“Burgemeester van Driel en wethouders + andere N.S.B.’ers opgehaald. Reb (????) bij de Staf B.S.

Bij de broeders geslapen. 6 uur Mobilisatie B.S.”

Als Mirjam dit agenda-fragment deelt op Facebook, meldt zich een ooggetuige (!) uit die tijd. Theo van der Drift, zes jaar oud aan het eind van de oorlog, herinnert zich een grote groep bewapende Binnenlandse Strijdkrachten die zich bij zijn ouders thuis verzamelde. Deze groep gaat later naar het stadhuis om NSB-burgemeester Van Driel aan te houden en uit zijn ambt te zetten.

Zowel Mirjam als Theo zijn erg onder de indruk van het feit dat de herinnering van een jongetje 75 jaar later wordt bevestigd door een agendanotitie.

‘De oorlog zit in mij’

Na de oorlog wordt er bij Mirjam Vrees thuis niet over deze beladen periode gesproken. Die is afgesloten, haar moeder wil er – zoals zovelen uit die tijd – niet langer aan denken. Met de dagboeken bekijkt Mirjam de Tweede Wereldoorlog, 75 jaar na dato, alsnog een beetje door de ogen van haar moeder. Hoewel ze zelf een paar jaar na de Tweede Wereldoorlog geboren is, voelt ze toch een verbondenheid met die tijd: “Ik ben niet van de oorlog, maar ze zit een beetje in mij.”

Je bent Haarlemmer als…

Bekijk de berichten van Mirjam Vrees in de Facebook-groep Je bent Haarlemmer als…